Als ik pest ben ik stoer

Vorige week sprak ik op het schoolplein een moeder. Haar dochter van 9 is een lieve, sterke en stoere meid. Ze is sociaal geliefd, gemakkelijk in de omgang en wordt vaak gevraagd op kinderfeestjes. Ze kan met iedereen om. En ze is groot voor haar leeftijd, waardoor ze vaak ouder overkomt dan ze is.  Toch maakte de moeder zich zorgen. In de kerstvakantie was er uit gekomen dat haar dochter het niet fijn meer vond om naar school te gaan. Ze vond het “saai” en zeker rekenen was “stom”. Na doorvragen bleek: haar dochter begreep bij instructies soms niet meteen wat ze precies moest doen. Maar ze durfde niet aan de juf te vragen of die het nog eens uit wilde leggen. Ze dacht dat anderen haar dan dom zouden vinden.
Het tweede wat er uit kwam was dat de stoere kinderen met wie ze in de pauze ook stoere spelletjes speelde soms vervelend tegen haar deden en haar pestten. Het meisje voelde zich door hen ook wel eens gedwongen om dingen te doen die ze niet wilde. Ze deed het dan toch maar eigenlijk voelde ze zich dan rot. Haar dochter vertelde dat ze soms zelf ook wel eens andere kinderen ging pesten. Waarom wist ze niet goed en eigenlijk vond ze het ook niet fijn. Haar moeder was hier erg van geschrokken. Ze had niet in de gaten dat haar dochter achter die stoere buitenkant zó onzeker was. Ze zat er behoorlijk mee en zou haar heel graag meer zelfvertrouwen willen geven. Haar laten voelen dat het OK is om je kwetsbaar op te stellen. En zorgen dat ze minder last zou hebben van wat ze denkt dat andere kinderen over haar denken.
Herken jij dat ook als moeder? Dat je kind alle reden heeft om zeker te zijn van zichzelf maar dat het denkt dat het niet goed genoeg is? Dat je kind een houding nodig heeft om er bij te horen? En misschien herken je dan ook wel dat als je tegen je kind zegt: je bent mooi, lief, en goed zoals je bent dat je kind dat dan niet van zichzelf ziet?

Ik zie ik zie… wat ik denk

Dat komt door zogenaamde “niet helpende gedachten”. Dat zijn gedachten waar je kind zichzelf kleiner mee maakt. Die gedachten gaan uit van een negatief beeld van zichzelf of van hoe anderen hem of haar zien. Bijvoorbeeld: ik kan dit niet, ik heb altijd pech, het ligt aan mij, het gaat toch mislukken; en: ze zullen me uitlachen, ze moeten altijd mij hebben, ze gaan me vast pesten, ik ben niet zo goed als…
Kinderen hebben dat niet van vreemden. We hebben die gedachten allemaal wel eens. Eigenlijk beginnen zulke gedachten altijd als bondgenoot, namelijk om je te behoeden voor afwijzing. Bijvoorbeeld: als ik er al van uit ga dat het toch niks wordt met die sollicitatie, dan is het ook geen teleurstelling als ik het niet geworden ben. Niet helpende gedachten zijn puur zelfbescherming. Maar de angel is: als je ze vaak denkt gaan ze als waarheid voelen. Dan ga je vergeten dat het “maar” gedachten zijn. En dan ga je de wereld ook zo zien, je gaat je er naar gedragen.
Als kind dacht ik dat andere mensen mij niet zagen, dat ik onzichtbaar was. Dat werd erger toen ik te maken kreeg met pesten. Ik dacht dat niemand echt geinteresseerd was in mij. Mijn ouders hadden hun handen vol aan zichzelf, op school was ik een teruggetrokken meisje wat niet opviel. Ik hoopte wel dat mensen zagen hoe hard ik werkte, maar ik vroeg er niet om, wie was ik nu helemaal. Ik kan me niet herinneren dat iemand wel eens vroeg: hoe gaat het met jou? Dat ik niet belangrijk was en dat niemand belangstelling had werd op een gegeven moment normaal.

Wat is waar?

Niet helpende gedachten zijn vooroordelen. Onze hersens maken ze op basis van o.a. eerdere ervaringen, emoties, of onze familie- of culturele achtergrond. Vooroordelen helpen ons om de wereld te snappen. Want er gebeurt elke dag zoveel dat het heel vermoeiend is om je over elk ding steeds weer opnieuw een mening te vormen. Maar het lastige aan die niet helpende gedachten is dus dat ze gaan voelen alsof ze echt waar zijn. En ze veroorzaken spanning. Een beetje spanning is goed. Maar te veel spanning is ongezond. Vanuit die spanning ga je namelijk reageren op anderen. Daardoor groeit de kans dat je dingen gaat zeggen of doen die “niet handig” zijn: dingen die je eigenlijk niet wil of bedoelt, of je laat over jezelf heen lopen, of je krijgt niet wat je wil. En andere mensen zien niet de persoon die je graag wil laten zien. In het voorbeeld van het meisje hierboven werd de spanning die ze voelde zo groot dat ze anderen ging pesten om die spanning te ontladen.

Hoe help ik mijn kind positief te denken?

Je helpt je kind door eerst samen die niet helpende gedachten goed op tafel te krijgen. Bij het meisje uit het voorbeeld zou dat kunnen zijn: ik ben niet stoer als ik zeg dat ik iets niet begrijp. Ik mag geen fouten maken. Andere kinderen vinden me niet aardig als ik niet doe wat zij zeggen.
Als de gedachten op tafel liggen, leg dan uit dat zulke gedachten heel naar zijn om te denken. Dat jij je ook rot zou voelen als je zulke dingen zou denken. Zulke uitspraken helpen niemand vooruit. Je kan je afvragen waarom je eigenlijk zo streng en gemeen tegen jezelf bent. Ga dan samen eens kijken of jullie die gedachten uit kunnen dagen. Dan kun je doen met de volgende vragen, en vraag je kind om er een heel eerlijk antwoord op te geven:

  1. Als jouw vriendje of vriendinnetje (neefje, nichtje etc.) zou horen dat jij deze gedachte hebt, wat zou hij of zij dan tegen jou zeggen? Zou hij het terecht vinden dat je dat denkt?
  2. Is jouw gedachte echt, altijd, en in alle gevallen, waar?
    En let hier goed op!! Herken jij de gedachte van je kind? Bedenk dan dat je kind jou als voorbeeld ziet. Geloof jij je eigen gedachte? Dan is de kans groot dat je kind hem ook gelooft ook al is hij niet waar. Zie hierover ook mijn blogbericht https://jekindopzijnplek.nl/children-are-great-imitators-so-give-them-something-great-to-imitate/
  3. Als je een cijfer van 1 tot 10 zou moeten geven voor de stress die je door deze gedachte krijgt, welk cijfer geef je dan?
  4. Helpt deze gedachte jou om te krijgen wat je graag wil (aandacht, contact, vriendschap, rust, een fijn gevoel etc.)?
  5. Welke nieuwe, meer eerlijke gedachte zou je hier meer bij helpen? Welke gedachte zou je hier voor in de plaats kunnen zetten?
Voorbeelden:

Voor het meisje uit het voorbeeld zouden de volgende gedachten helpend kunnen zijn:
– soms ben ik stoer, en soms niet
– stoere kinderen zijn soms dapper, en soms ook wel onzeker
– ik mag fouten maken
– Iedereen heeft wel eens hulp nodig dus ik mag ook om hulp vragen.
– echte vriendjes vinden het fijn als ik eerlijk ben.
Laat je kind deze gedachten opschrijven op post-its en ze ophangen in huis, op de deur, bij de kapstok, de spiegel etc. Laat je kind er ook eentje in haar schooltas, broekzak of etui stoppen.

De kracht van herhaling

Waar het om gaat is dat ze hun helpende gedachten vaak zien en herhalen. Want de niet helpende gedachten gaan niet uit zichzelf weg. Ze hebben het steeds opnieuw nodig om uitgedaagd te worden. Tot succeservaringen hun werk gaan doen en je kind het zelf ook gaat ervaren. Nu nog, 25 jaar later, flitst de gedachte dat anderen mij niet zien en serieus zullen nemen nog wel eens voorbij. Dan denk ik: hallo je bent er weer. Er is niets om bang voor te zijn. Ik heb veel te vertellen en ik ben het waard om gezien te worden.

En jij? Van welke niet helpende gedachten heb je zelf wel eens last? Welke spelen er bij jouw kind? Lukt het jou om je eigen gedachten uit te dagen? Kun je je kind hier mee vooruit helpen? Welke helpende gedachten kun jij samen met je kind verzinnen? Wil je het hieronder met me delen?