Ik sprak afgelopen week een moeder van een jongen uit groep 7, we noemen hem even Sep. Sep zit in een klas waar veel onrust is. Een paar jongens met haantjesgedrag bepalen de sfeer in de klas. Sep is een gevoelige jongen die veel last heeft van die onrust. Hij is geen haantje. Hij zoekt het niet om herrie te maken en anderen te klieren, maar als  hij er helemaal buiten blijft verliest hij zijn plek omdat het toch ook vriendjes zijn. Dus gaat hij mee in de onrust. De jongens spreken na school af  en in de klas werkt hij er mee samen. Maar moeder ziet ook dat Sep onder invloed van die jongens verandert in een versie van zichzelf die niet persé gezelliger is. Moeder begrijpt ook het dilemma van Sep, als je er niet bij hoort heeft hij niemand en dat geeft misschien nog wel meer stress. Moeder vertelde dat er vanuit school al van alles met die klas was gedaan, rots en water training, gesprekken, straf. Het had allemaal niet geholpen.

Je kunt als kind geluk of pech hebben met een klas. Mijn dochter van 9 heeft het een aantal jaren heel fijn gehad in klassen waar kinderen aardig voor elkaar waren en iedereen zichzelf kon zijn. Ze heeft inmiddels ook ervaren hoe het is om in een klas te zitten waar veel onrust is en soms wel elke dag ruzie, terwijl de juf en de intern begeleider er ondanks veel inspanning maar moeilijk grip op kregen. Mijn dochter zit op een school waar klassen elk jaar opnieuw worden samengesteld. Als je een jaar geen fijne klas hebt, kan het volgend jaar weer anders zijn. Die risicospreiding kennen de meeste basisscholen niet omdat die ingedeeld zijn volgens jaargroepen. Voor Sep is dat ook het geval. De onrust in de klas speelt al vanaf groep 5 toen oude groepen herverdeeld waren in een groep met rustige en drukke kinderen. Hij was ingedeeld in de drukke groep.

Sep had in de loop van groep 7 een pré-advies Havo gekregen. Wat er nu speelt is dat Sep zijn laatste Cito toetsen zo slecht gemaakt had, dat het op deze manier op een matig VMBO advies zou uitkomen. Omdat de meester dit ook niet kon verklaren en wilde weten waar het aan lag, had hij Sep de toets laten herkansen (niet officieel, want dat mocht niet, maar hij kreeg een toets uit een vorig leerjaar). Dit mocht Sep in 2 delen maken. Het eerste deel deed Sep op een dag dat de klas relatief rustig was. Het tweede deel maakte hij op een onrustige dag, waarbij er weer veel spanning in de groep was en er in de pauze een ruzie geëscaleerd was.

Die spanning was ook duidelijk terug te zien in de scores van Sep: deel 1 had hij prima gemaakt, zoals de leerkracht en zijn moeder zijn kunnen ook inschatten. In deel 2 had hij veel meer fouten gemaakt, die niet te verklaren waren uit zijn kennisnivo. Sep zelf was daarover deze week thuis al diverse keren in tranen uitgebarsten. Hij is bang dat hij straks niet naar de Havo mag. De leraar had naar moeder zijn zorgen geuit en had gezegd dat een faalangst training misschien iets was voor Sep. Moeder hield het zelf ook niet droog toen ze het vertelde. Natuurlijk ging het er haar niet om dat de jongen persé naar de Havo moet. Maar ze kende haar kind, en de leraar beaamde dit ook: hij heeft een gezond stel Havo hersens. Hij is leergierig. En dat het dan mis dreigt te gaan vanwege zijn gevoeligheid voor spanning die hij oppikt in de groep, dat is moeilijk te accepteren.

We kunnen ons ook afvragen of het toetssysteem wat in onze maatschappij veel bepaalt recht doet aan alle ontwikkelkansen van kinderen. Er is zoveel wat toetsen niet meten: vriendschappen aangaan, je grens stellen, weten wie je bent, samenwerken, creatief zijn, etc. Allemaal zijn ze heel belangrijk Maar we kunnen er niet omheen dat veel deuren pas open gaan als de toets gehaald is. Zonder A-diploma mag je niet alleen in het diepe ook al kun je al lang zwemmen. Als moeder vind ik het heel dubbel: ik zeg mijn dochter dat ze zich er niet druk om moet maken. Maar ik voel ook opluchting als ze er redelijk doorheen komt omdat ik weet dat de weg in de maatschappij dan iets gemakkelijker is. Overigens kwam mijn dochter de laatste ronde ook een keer om 23u naar beneden en zei met trillende stem dat ze bang was dat ze de toetsen niet goed zou gaan maken en dat ze dan niet naar een of ander groepje mocht. Nog voor ik iets kon zeggen – dat zouden dan geruststellende woorden zijn geweest met een aai over haal bol – reageerde haar papa en zei met een stevige, duidelijke en verontwaardigde stem: het is nu bedtijd. Voor mijn part vergeet je die hele toets, die is totaal onbelangrijk. Als je nu maar gaat slapen. Wat denk je? Het werkte! Ze knikte, leek dankbaar dat hij haar angst wist te beteugelen, liep terug naar boven en toen ik 15 min later ging kijken was ze diep in slaap.

Wat nu als jouw kind net als Sep zo gevoelig is dat al zijn aandacht en energie weg lekt naar zich staande houden tav haantjesgedrag ten koste van de eigen prestaties. Om in groepen “bij jezelf kunnen blijven” moet je weten wie je bent en dat je helemaal OK bent zoals je bent. Je moet weten wat je fijn vindt en je grens aan (durven)  geven als je iets niet fijn vindt. Je moet vertrouwen op je eigen gevoel en creativiteit. Mijn ervaring is dat dit voor veel kinderen niet vanzelfsprekend is, ook omdat kinderen veel meer vanuit hun gevoel leven. Veel volwassenen hebben hier trouwens ook nog moeite mee en veel ouders vinden het moeilijk om dit over te brengen op hun kinderen. Ook speelt er nog het stuk van ‘bij de groep horen’. Dat zit op de instinctieve laag. Dat is een continuë toets: hoor ik er bij, is mijn plek verzekerd als ik mezelf ben? Of moet ik me aanpassen om recht te hebben op mijn plek. Het is de wet van de pikorde: wie is de bink of de queen bee, wie zijn de lakeien en de hofdames, wie zijn de wannabees, wie is het mikpunt en wie zijn de omstanders. Hoe hoger je staat, hoe minder je je druk hoeft te maken om het bemachtigen van je plek.

Wat is dan de oplossing? Hoe voorkom je dat je kind verzuipt in de strijd van de ordening? Een groep waarin iedereen zichzelf is en zich niet druk hoeft te maken om zijn plek, vereist goed leiderschap: een leerkracht die daadkrachtig ingrijpt op venijn en uitsluiting. Als ouder mag je dat van een school verwachten, maar helaas weten veel leerkrachten niet wat ze er mee moeten. Natuurlijk willen ze een positieve en veilige sfeer neerzetten maar het lukt soms niet. Als ze het dan maar uit onmacht voor lief gaan nemen gaat het mis. Veel ouders die ik spreek hebben zulke ervaringen en het is frustrerend dat je er als ouder, als je je zorgen uit, afhankelijk bent van wat een school er mee doet. Veel scholen hebben speciale programma’s om sociale veiligheid te versterken en sommige daarvan zijn effectief. Maar goed leiderschap geldt ook op het niveau van ouders: het betekent dat je je kind thuis helpt om zelfbewuster te worden, zelfvertrouwen te versterken, weerbaar te zijn. Dat je kind weet wie het is. Dat is namelijk de enige, ultieme toets, die er echt toe doet.

In mijn ouder-kind training leer ik je hoe jij er als ouder voor kunt zorgen dat je kind zich sterker gaat voelen, dat je hem of haar op tijd kan helpen om de rust te vinden. Je leert hoe je spelenderwijs met je kind oefent wat het kan doen als het op school moeite heeft om zijn plek te vinden. Je werkt samen aan het doel dat je kind een kind kan zijn zoals je het hem of haar zou gunnen. Als bonus daarbij heb ik ook nog iets moois voor de klas waar je kind in zit. Daarover binnen afzienbare tijd meer.

Wil jij ook dat Je Kind op zijn Plek terechtkomt? Meld je dan vandaag nog aan voor de training! Kijk op www.jekindopzijnplek.nl/aanbod/

Heeft dit bericht je inzichten gegeven? Wil je het hieronder met me delen?

shares